Door op 22 juni 2017

4 mei Rede Simon Santcroos.

Als voorzitter van een politieke partij hoor je niet altijd van de bijzondere dingen die je leden hebben gedaan. Anders dan bij de voetbalvereniging heb je niet elke week een wedstrijd en anders dan de studentenvereniging heb je niet elke week een borrel waarbij je elkaar ziet en spreekt. Toch zijn het de leden die de partij maken. Het zijn hun ervaringen en bijzonderheden die ons als partij groot en sterk maken. De afgelopen jaren hebben wij ingezet om meer gezamenlijk te ondernemen met de leden, om zo ook onze leden in het middelpunt van de aandacht te zetten. Bij de laatste barbecue sprak onze secretaris Simon Santcroos. Simon is recent van Zeist naar Wageningen verhuisd. Bij de herdenking op 4 mei dit jaar mocht hij in Nijmegen, ten overstaan van een zichtbaar geëmotioneerde burgemeester, zijn herinneringen aan zijn tante Marja delen zodat nooit vergeten wordt hoeveel impact de tweede wereldoorlog heeft gehad. Een rede die past bij de periode rond 4 mei, maar omdat het onderwerp tijdloos is en de rede erg indrukwekkend is willen wij zijn tekst graag met u delen.

Onderstaand treft u de rede aan zoals uitgesproken door Simon Santcroos op 4 mei jongstleden:

Marja

 Opdat wij niet vergeten en met dank  aan het feitenonderzoek van mijn broer Don, vertel ik u over Marja, geboren op 30 oktober 1915 als Marja Kleerekoper  en gestorven op  31 januari 1999 als Marja Gerritsen, weduwe van Moshe Santcroos en Max Gerritsen. 

 Mijn lieve Tante Marja, was een sociale en vrolijke vrouw. Ze was mooi, had altijd lippenstift op en rook lekker. In de volksbuurt waar ze woonde, noemden de kinderen haar tante, maar zij was mijn tante. Ik adoreerde haar. Samen met haar 2e man, oom Max , had ze een avondzaak. Tot 1 uur s’nachts open en dan nog 3 kwartier schoonmaken – slapen konden ze toch niet. Marja was de vrouw van mijn, door vergassing vermoorde oom. Maurits werd hij genoemd, hij stierf als Moshe. 

 Ik mocht na de oorlog lange tijd bij mijn tante wonen. Op een dag huilde ik, omdat ik mijn zin niet kreeg. Marja had veel begrip voor en geduld met kinderen, maar tegen huilen kon zij niet. Toen ik weer eens mijn zin niet kreeg en huilde, vertelde Marja waarom huilen om zoiets toch wel heel kinderachtig was. Toen deelde zij haar verhaal, dat in drie delen uiteenviel. Voor, tijdens en na de oorlog, ofwel de terugkomst. Opdat we niet vergeten.

 Opdat we niet vergeten heeft Marja meegewerkt aan een project van de regisseur Spielberg. Een 3 uur durend videoverslag over haar geschiedenis is in een kluis door Spielberg in het Joods Historisch Museum opgeslagen. Opdat wij niet vergeten. 

 Als Marja vertelde over voor de oorlog, straalde zij, ondanks de weemoed. De herinnering aan het warme gezin, de heerlijke wandelingen aan de arm van haar later vermoorde vader, haar huwelijk met mijn oom Maurits, waarvan slechts 1 foto bewaard gebleven is, en – vast haar grootste vreugde-haar zoontje Herman David.

 Daarna kwam de oorlog en deportatie naar de hel: Auschwitz. Mengele heeft haar niet ontzien. Het grootste verlies was niet haar gezondheid, maar de wetenschap dat, na Mengele, zij onvruchtbaar zou blijven. Alleen in dat afschuwelijke, verre oord, zonder haar familie en gezin, had zij slechts 1 doel. Blijven leven voor haar man en ondergedoken zoontje. De fotootjes zaten tussen de binnen en buitenzool van haar versleten schoenen. Ze gaven haar de kracht om de lange tocht, de vlucht van de Nazi’s voor de bevrijders uit het oosten, 80 km door de sneeuw, te volbrengen. Wie te lang achteraan  liep, overleefde het niet. Ziek , doodziek, strompelde ze voort, gedragen door de familie, haar man en zoontje in haar schoenen. Haar enige bezit. 

 Terug in Nederland, kwam de zwaarste tijd. Zoeken naar de overlevenden en – het ergste- het onbegrip. “Jullie hebben mooi de hongerwinter niet mee hoeven maken”. Toen ze eindelijk uit het ziekenhuis mocht, ging zij op zoek naar haar man. Die kwam net als haar ouders en velen die haar lief waren, vrijwel allen, niet terug. Gelukkig was haar kind op een veilige plek in Limburg, bij liefhebbende boeren, ondergedoken. Daar heeft zij het voor gedaan, dat maakte alles wat zij had doorstaan de moeite waard. Aangekomen op de boerderij stond haar hart stil. De huilende boer en boerin moesten haar vertellen dat haar zoontje, Herman David, een peuter inmiddels, kort na de bevrijding van Limburg,  door een longontsteking was overleden. Er waren geen medicijnen. 

 Opdat wij niet vergeten, Herman David Santcroos is herbegraven op de Portugees-Israelietische begraafplaats in  Ouderkerk, de latere woonplaats van Marja en Max. Nadat Marja  gestopt was met eten mocht zij – uiteindelijk – vrijwel naast haar zoontje Herman David liggen.

 Zoals ik vertelde – vraag mij niet hoe-  was Marja een menslievende vrouw, een steun voor haar  omgeving. Samen met haar tweede man zette ze in voor blinde-geleide-honden en ouderen, vaak  door de Holocaust, eenzame ouderen. Die namen ze mee uit. Toch zag ik als jongetje ook het enorme verdriet en de begrijpelijke woede. Elk product van Duitse makelij gaf ze de verkoopster boos terug. “Neen mevrouw, dat koop ik niet, het komt uit Duitsland”. Een Duitse auto stapte ze niet in. Opdat wij niet vergeten.

 Ruim 50 jaar later, kwam ik, met een buurjongetje,die een werkstuk over de concentratiekampen moest schrijven, bij haar op bezoek. Ze droeg, zoals altijd, kleding met korte mouwen. Het in Auschwitz  ingebrande nummer, was goed te zien. Hij schrok van het nummer op haar arm. Ze had geweigerd om dat weg te laten halen. Opdat wij niet vergeten. Marja zag zijn schrik en in al haar wijsheid zei ze het volgende: “Erg hè Lute; wat mensen elkaar aandoen”. Elkaar aandoen – niet zij tegen ons – niet dader tegen slachtoffer, dat hoeven, mogen en willen wij overigens niet ontkennen, het waren daders tegen onschuldige slachtoffers. Maar toch, en daarin had Marja gelijk, het waren mensen die dit elkaar aandeden. 

 Onlangs kwamen Lute en zijn vriendin bij ons eten. Ze vertelden over hun toekomstplannen, drukke werkkring en het vrijwilligerswerk dat zij doen. “Tja”, zei Lute: “een betere wereld is mensenwerk. Dat heb ik van haar geleerd”. We keken elkaar aan en dachten beiden aan ons bezoek aan dat kleine, lieve, dappere en heel wijze vrouwtje, met dat nummer op haar arm. 

 Zittend in een rolstoel, vanuit haar door verdriet, op oudere leeftijd verkrampte lichaam, sprak zij verder: “We kunnen niet stilzitten en wachten tot de slechteriken  veranderen”. Neen, Marja zei en leefde voor, dat wij allemaal moeten zorgen dat we dit elkaar nooit meer aandoen”. Laten we uit eerbied voor de zware levensweg van Marja en helaas oneindig veel lotgenoten, ons daarvoor inzetten. Dan worden ze niet vergeten.